Containers & Thema’s

De containers en de bijbehorende thema’s kort omschreven:
Container 1: Strijd
Container 2: Verwarring
Container 3: Afzondering
Container 4: Actie
Container 5: Verandering
Container 6: Identiteit

Thema’s

Plattegrond van hoe de containers in een vaste opstelling overal geplaatst kunnen worden. Bezoekers kunnen een route lopen waardoor zij ook via de geschiedenis lijn van de Molukkers lopen. Niet alleen de binnenkant van de containers wordt als expositieruimte gebruikt maar ook de buitenkant wordt benut. Inmiddels zijn er ook alternatieven opstellingen gemaakt omdat er in sommige gemeenten geen ruimte is voor deze eerste basis opstelling. Met deze zes zeecontainers reist de tentoonstelling langs allerlei gemeenten en scholen die geïnteresseerd zijn om deze tentoonstelling te plaatsen. Mensen hoeven niet mee naar het museum maar het museum komt naar hen toe. Doordat wij ook de buitenkanten gebruiken waar aantrekkelijke foto’s op staan komen bezoekers die bijvoorbeeld naar de markt gaan of naar de Albert Heijn langs deze tentoonstelling en worden nieuwsgierig en gaan naar binnen. In de gastenboeken die vol geschreven worden bij elke gemeente staat hoe verrast zij zijn over dit verhaal en ook hoe prachtig de bezoekers de tentoonstelling vinden.

De geschiedenis van de Molukkers is zo veel omvattend dat wij op zoek gingen naar een ordening en indeling van de zeecontainers die als expositieruimtes konden dienen. Waarbij wij zowel van de binnenkant als buitenkant gebruik maken.

Het eerste ontwerp hebben wij samen gemaakt met Meike van Schijndel. Zij heeft haar eigen ontwerpstudio Cool Chica. Zij heeft de eerste aanzet gegeven tot het ontwerp van de zes zeecontainers.

Daarna zijn wij de ruimtes zelf gaan indelen en gaan aankleden met prachtige foto’s en veel persoonlijke verhalen. Klik hier voor een presentatie van de Reizende Tentoonstelling

Container 1 – Strijd

Waarom een tentoonstelling over Molukkers?

Nederland is rijk aan vele verschillende culturen en vele bevolkings­groepen met een eigen verhaal en geschiedenis. Sommigen zijn hier bijvoorbeeld gekomen als asielzoeker, als vluchteling of als gastarbeider. De Molukkers hebben een aparte status. Zij kwamen uit Indonesië omdat Nederlanders in 1599 naar de Molukken gingen  voor de unieke kruiden van kruidnagel en nootmuskaat die alleen op de Molukken groeiden. Kruiden waren toen meer waard dan goud.

In de loop van de tijd ontwikkelde zich een sterke band tussen Molukkers en Nederlanders. Ruim 350 jaar later komen door politieke ontwikkelingen in Indonesië Molukkers in de knel te zitten waardoor in 1951 een groep van ca.12.900 Molukkers naar Nederland komt. Iedereen neemt aan dat het zal gaan om een tijdelijk verblijf van hoogstens een half jaar. Maar niets is minder waar. De meeste Molukkers zullen niet meer terugkeren. Zij bevinden zich nood-gedwongen in ballingschap, en moeten hun leven opbouwen in Nederland. En met hen ook hun nazaten.

Deze geschiedenis, die voortvloeit uit de sterke band tussen Moluk­kers en Nederlanders in voormalig Nederlands-Indië, vertelt een uniek verhaal.

Het verhaal van de Molukkers is een belangrijk deel van de Neder­landse geschiedenis. De tentoonstelling ‘In Twee Werelden – Molukkers 70 jaar in Nederland’ vertelt dit verhaal ook aan de hand van vele persoon­lijke verhalen.

EEN VERHAAL VAN LOYALITEIT, VERRAAD, VERDRIET, WRAAK, LIEFDE, VERGEVEN EN HERSTEL.

Container 2 – Verwarring

Waar ligt de toekomst?

Gebeurtenissen voor vertrek 1950-1951Op 27 december 1949 moet Nederland Nederlands Indië overdragen aan de nieuwe regering van de Onafhankelijke Republiek Indonesia. Na een vierjarige strijd moet Nederland deze ‘koloniale oorlog’ stoppen onder druk van de Internationale Gemeenschap. Er volgt zelfs een dreigement dat de Internationale gemeenschap de Marshall Hulp wil stoppen voor Nederland. En dat kan Nederland zich niet permitteren.

WAT HOUDT DE MARSHALL HULP IN?

Geldelijke steun die de VS na de Tweede Wereldoorlog gaf aan Europese landen om de beschadigde economie zo snel mogelijk weer op gang te helpen. De hulp is genoemd naar de Amerikaanse minister van buiten­landse zaken in die tijd.

Overdracht van Nederlands Indië in het Koninklijk Paleis op de Dam in aanwe- zigheid van koningin Juliana, minister president Drees en de minister president Hatta van de Onafhankelijke Republiek Indonesië op 27 december 1949.

Bij deze souvereiniteitsoverdracht waarbij Indonesië onafhankelijk werd waren veel Indonesische belangstellenden op de Dam in Amsterdam.

Als Nederland in 1949 de macht overdraagt aan Indonesië, krijgt zij nog een aantal maanden de tijd om zaken over te dragen en af te wikkelen. Eén daarvan is de opheffing van het koloniale leger op 26 juli 1950, het KNIL.

DAGORDER TEKST VAN KONINGIN JULIANA D.D. 25 JULI 1950

“Aan officieren, onderofficieren, korporaals en soldaten van het KNIL, waar zij zich ook mogen bevinden. Met ingang van 26 juli 1950 houdt het KNIL op te bestaan. Met die dag eindigt de lange bewogen en roemrijke historie van bijna 120 jaren. Uw vaandels, waarvan er 4 de Militaire Willemsorde dragen als hoogste dapperheidsonderscheiding, tonen de daden aan van moed, beleid en trouw, welke zo talrijk zijn in de geschiedenis van het KNIL. Nooit werd er tevergeefs een beroep op U gedaan. Trouw hebt gij door de tijden heen Uw plicht vervuld. Ik besef, dat thans de overgang naar een ander leger of naar de burgermaatschappij in Uw aller leven diep ingrijpt en ik begrijp zeer wel de moeilijkheden, welke dit voor velen van Uwer meebrengt”.

 

De Molukse militairen die loyaal waren aan Nederland, komen na de opheffing van de KNIL in een lastige positie terecht. Er gebeurt van alles waardoor ze niet terug kunnen naar huis, naar de Molukken. Er zijn wisselende en tegenstrijdige berichten over wat hen te wachten staat of wat zij moeten doen.

Container 3 – Afzondering

Teleurstelling en heimwee

De Nederlandse overheid is slecht voorbereid op de komst van de Molukkers èn kampt met woningnood. In allerijl wordt gezocht naar plekken met gebouwen die leegstaan of die snel ontruimd kunnen worden zodat deze in gebruik genomen kunnen worden als ‘Ambonees woonoord’. Dat de meeste locaties geïsoleerd liggen van de Neder­landse samenleving, vindt men geen bezwaar. Het verblijf van de Molukkers zal immers maar tijdelijk zijn…

In het artikel van het Parool van 8 maart 1951 zegt de Minister van Oorlog Jacob tijdens een speciale persconferentie dat het overbrengen van de Molukkers ‘de slechts denkbare oplossing is’ ook maakt hij zich zorgen want ‘zij staan vreemd tegenover onze zeden en gewoonten’. Hij vervolgt: ‘De verzorging zal er hoofdzakelijk op zijn gericht dat zij binnen korte tijd naar Tropische streken kunnen terugkeren. Ook heeft de Nederlandse regering grote offers moeten brengen voor deze massale overtocht. Alleen al het transport kost 10 miljoenen en dit zelfde bedrag kost ook nog eens het onderwijs en scholing. De regering ziet ‘geen heil in de integratie met de Nederlandse bevolking. Mede daarom zal het onderwijs in de kampen aan de kinderen in hun eigen taal gegeven worden’.

Het kabinet was er werkelijk van overtuigd dat Molukkers onmogelijk in Nederland zouden kunnen aarden: ‘De regering meent dat de levensgewoonten en maatschappelijke ­­­opvattingen van deze groep Ambonezen, hun lich­amelijke gesteldheid en de ­klimatologische omstan­dig­heden, waarin zij zullen komen, hen niet disponeren voor een ­blij­­vende opname in een hun vreemde en on­bekende Nederlandse gemeenschap’.

Verzorging door de overheid

De verzorging van de Molukkers valt na hun komst in 1951 onder de verantwoordelijkheid van de overheid. In eerste instantie is dat het Ministerie van Oorlog, maar na aankomst van de Molukkers wordt de Dienst voor Maatschappelijke Zorg van het Ministerie van Binnenlandse Zaken belast met deze opvang.

In de woonoorden worden beheerders aangesteld. Daarnaast zijn er de ­kamp­leiders, voor de maatschappelijke bege­leiding van de bewoners. Onder hen zijn oud-officieren van het KNIL en oud-bestuursambtenaren in voor­malig Nederlands Indië. Al snel wordt echter duidelijk dat de ontslagen en daarmee gefrustreerde Molukkers moeilijk in de hand te houden zijn.

Daarom wordt een voormalige KNIL-generaal, P. Scholten, benoemd tot ‘Hoofdleider Ambonese Woonoorden In Ne­derland’.

Generaal Scholten was lange tijd in Neder­lands-Indië geweest en had grote loya­liteit naar het KNIL en naar de Molukkers.

Een jaar na zijn aanstelling neemt generaal P. Scholten ontslag uit protest tegen de maatregelen van de Nederlandse regering die volgens deze generaal Scholten niet in het belang zijn van de Ambonezen. Hij adviseert om de Ambonezen een aanstelling te geven bij de Koninklijke landmacht. Maar de overheid legt dit advies naast zich neer waarop de generaal besluit dat hij zijn functie niet meer kan uitoefenen.

Zakgeld in plaats van salaris

Door hun ontslag in Nederland als militair hebben de Molukkers geen eigen inkomsten meer. Daarom krijgen ze in de woon­oorden zakgeld. Drie gulden per week voor iedere volwassene en anderhalve gulden voor ieder kind. In het begin mogen de Molukkers niet zelf koken. Ze krijgen eten uit een centrale keuken. Al snel laten  veel gezinnen die Nederlandse hap links liggen en gaan voor zichzelf koken.

Werken mag aanvankelijk ook niet of wordt ontmoedigd. Ook kleding en meubilair worden van overheidswege verstrekt. Deze afhankelijke positie en het niets doen leidt tot veel frustraties en spanningen, ook onderling.

In 1952 gaat de opvang van de Molukkers over naar een speciaal daarvoor opgerichte rijksdienst, het Commissariaat van Ambonezenzorg (CAZ). Het CAZ is de instantie die het Nederlandse beleid jegens de Molukkers vorm geeft. Het zal tot 1970 hét gezicht zijn van de Nederlandse overheid voor de Molukkers.

Zelfzorg

In 1956 wordt ‘Zelfzorg’ onderdeel van het beleid. Het is een eerste stap om de afhankelijkheid van de overheid af te bouwen. Dit betekent dat de Molukkers vanaf nu in principe zelf in hun levensonderhoud moeten gaan voorzien door te gaan werken. Pas als dat niet lukt, krijgen ze steun van de overheid. Er komen felle protesten uit de Molukse gemeenschap. Velen vinden dat de overheid verantwoordelijk is voor hun komst naar Nederland en daarmee ook voor hun verzorging. Om de Molukkers een vak te leren en hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, worden er in kampen ook opleidingstrajecten georganiseerd.

Foto: Nathalie Toisuta, de curator en producent van de tentoonstelling.

Container 4 – Actie

Van kruidnagel naar kruitvat

In de strijd voor een vrije RMS voeren Molukse jongeren vanaf eind jaren zestig acties uit. De eerste was in 1966 de brand­stichting van de Indonesische ambassade in Den Haag. In de jaren zeventig zien we een opeenvolging van acties die de internationale media bereiken. De bekendste zijn de bezetting van de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar in 1970 en de treinkapingen bij Wijster in 1975 en De Punt in 1977, samen met de bezettingen van het Indonesische con­sulaat in Amsterdam en een lagere school in Bovensmilde. De bezetting van het Provinciehuis in Assen in 1978 is de laatste in de reeks. Al deze acties laten diepe wonden achter in de Nederlandse èn de Molukse samenleving.

‘Wij vrije Zuidmolukse jongeren hebben besloten een paar mensen vrij te laten om de wereld te tonen dat wij geen onmensen zijn. Ook hebben wij nu inmiddels kunnen begrijpen dat de Nederlandse regering helemaal geen waarde hecht aan de levens van haar eigen mensen, m.a.w. dat de Nederlandse regering liever hun eigen mensen laten doden, dan toe te geven aan de wereld en haar eigen bevolking, dat zij ons Zuid Molukkers onrecht hebben aangedaan. Maar, dit wil nog niet zeggen, dat wij met deze gijzelingsactie zullen stoppen. Vrije Zuid Molukse jongeren Mena Muria!!!’

Betekenis Mena Muria: 

Letterlijk Voor en Achter. Een voor allen, allen voor een. Komt uit de Molukse vaar/roeicultuur tussen de eilanden. ‘Helemaal’ zegt de een vooraan, achter die persoon antwoorden iedereen met ‘Muria’.

Foto: Dinah Maryan geeft een rondleiding aan leerlingen in de Reizende tentoonstelling. Ook haar verhaal hangt in container 4: Actie. Een container waarin de acties van de Molukkers centraal staan. Dinah verloor bij de bestorming van de gekaapte trein, in 1977, door mariniers, twee vriendinnen. Eén van hen was één van de kapers: Hansina Uktolseja (22 jaar). Zij was één van de zes kapers die gedood werden bij de bestorming en bevrijding van de trein die bijna drie weken lang gekaapt was met 54 treinpassagiers. Twee treinpassagiers kwamen ook om. Eén van hen was Ansje Monsjou 20 jaar. Beiden waren vriendinnen van Dinah. in de tentoonstelling hangt een ontroerende brief van Dinah die zij nu heeft geschreven over de impact van hun dood op haar persoonlijk.

Container 5 – Verandering

Integratie met behoud van eigen identiteit

De jaren na de acties kenmerken zich door verandering. Het idee van een gezamenlijke terugkeer naar de Molukken, wordt steeds meer losgelaten. De meeste Molukkers beseffen dat zij in Nederland hun plek moeten gaan vinden en daar hun bestaan moeten gaan opbouwen. Vrouwenemancipatie komt op gang waardoor ook taboes worden besproken en doorbroken.

De Molukkers lopen voorop ten aanzien van mode en muziek. De fotograaf Ed van der Elske heeft begin jaren 70 een unieke, prachtige niet eerder vertoonde fotoreportage van de Molukkers gemaakt in Tiel. Deze is in deze container te zien.

Later hoor je ook de veel gehoorde opmerking dat de Molukse jongens toen van die onbereikbare en coole gasten waren waar je alleen maar naar kon kijken maar niet makkelijk contact mee kon maken. Ook Molukse voetballers zijn inmiddels succesvol bij het voetbal en strijden voor het Nederlandse elftal. Net als hun vaders of grootvaders hebben gestreden voor Nederland. Beiden zijn ieder op hun eigen manier Soldaten voor Oranje. Hun aanwezigheid en succesvolle bijdrage aan het Nederlandse voetbal is er mede de oorzaak van dat de integratie van de Molukkers makkelijker gaat.

Container 6 – Identiteit

Container zes is ingericht met portretten van Molukse rolmodellen. Afkomstig uit het boek van fotograaf & projectleider Ed Leatemia.

Hij zegt daar zelf zelf over:

Op weg naar morgen

De foto’s en het boek Role Models zijn mijn antwoord op wat de Molukse gemeenschap in de jaren 1970 is overkomen, nadat onze ouders in 1951 voet op ongewisse Nederlandse bodem hadden gezet. Met dit eerbetoon aan de generatie die de zeventig geportretteerden heeft grootgebracht, wil ik laten zien hoe Molukkers reactief leiderschap hebben ontwikkeld tot creatief leiderschap.

Wij hadden geen goede rolmodellen en succesverhalen om ons aan te spiegelen. De mensen die ik geportretteerd heb zijn nu rolmodellen. Maar er zijn er natuurlijk veel meer. Dit is slechts een keuze uit velen. Ik ben trots op alle Molukkers die de geschiedenis van hun ouders in zich dragen en vandaag de dag hun potentieel inzetten om hun talent in te zetten en op hun manier een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Dit project is meteen ook het hoogtepunt in mijn loopbaan als fotograaf. Maar ik voel me eerder dankbaar dan trots, omdat het niet helemaal op eigen kracht is gegaan. Ik ben namelijk. niet vanaf nul begonnen, maar vanaf minus honderd. En om daaruit te komen heb je Gods kracht nodig.

Role Models, 70 Molukse succesverhalen is tegelijk mijn saluut aan alle Molukkers die geen gerichte aandacht krijgen maar dit wel verdienen. Ik had in de afgelopen jaren verschillende Molukse events gefotografeerd, maar zocht naar ideeën voor een eigen project. In februari 2019 heb ik in gebed gevraagd: “Hoe kan ik mijn volk dienen, hoe kan ik hen tot zegen zijn?”

In de weken erna werd ik geïnspireerd om Molukse succesverhalen in beeld te brengen. Ik deed research en schreef een werkplan gebaseerd op mijn eigen ervaringen als tiener in de jaren zeventig. Het was de periode van treinkapingen, gijzelingsacties en massaal heroïneverslaving onder Molukse jongeren waaronder ik zelf.

‘Je kan niet hopen op een beter verleden, maar wel bouwen aan een hoopvolle toekomst.’

In de container hangt een grote spiegel omdat wij denken dat iedereen een rolmodel is voor zijn omgeving.

De Reizende Tentoonstelling In Twee Werelden | Molukkers in Nederland is een initiatief van Nathalie Toisuta. De realisatie vindt plaats door Peoples Media Foundation en Media Luna. Voor vragen: info@reizendetentoonstelling.nl